ARKELSE VERHALEN
Klaas Prins, een kleurrijke dorpsfiguur. Jieles van Daalen.

Klaas kwam oorspronkelijk uit Gorcum, maar na zijn huwelijk met de Arkelse Meta Hage werd hij Arkelaar.

Het jonge paar woonde aanvankelijk aan de Onderweg, maar toen de woning Folkertsstraat 151 vrijkwam

verhuisden ze, samen met hun zoons Gerrit en Dik, naar deze woning. Het gezin werd hier uitgebreid met een

dochter en zoon, Annie en Nico.

Klaas was lasser en werkte bij Bijkers, een scheepswerf in Gorinchem. Hij werkte hier, na eerst bij de Vries-Robbé

een opleiding gevolgd te hebben. De scheepswerf ging failliet en zo kwam Klaas op latere leeftijd nog bij

gemeentewerken van de gemeente Arkel terecht. Klaas was een ijverig mens die altijd wel iets om handen had.

Zo is hij enige tijd beheerder van Odina geweest en heeft hij dit gebouw, samen met zijn vrouw beheerd en

schoongehouden. Thuis hield hij altijd vee zoals kippen, konijnen, geiten enz. Voor zijn vee haalde hij altijd schillen

op die de mensen voor hem bewaarden.

Naast de familie Prins woonde de familie Kruijt. Hier kwam Driekus Kruijt ook bij inwonen. Driekus kwam uit Heukelum

en kon goed dammen. Klaas Prins speelde vele partijen met hem en zo kwam er zelfs een damclub in Arkel.

De speelruimte was in Rehoboth in de Folkertsstraat. De naam van de vereniging was DSA, Dam en Schaakclub Arkel.

Zowel Driekus Kruijt, Klaas Prins, Willem van der Giessen ook uit de Folkertsstraat, als Floor Stekelenburg (de

schoenmaker), Jan Keijnemans, schaker Arie Sterk en Jieles van Daalen waren lid van deze club. Ook Janus de Swart, die

toen in de Folkertsstraat woonde in het gedeelte bij de melkfabriek, was lid en er is ook nog in zijn werkplaats gespeeld.

Janus had een timmerbedrijfje op de Dam tegenover het café, waar hij in de oorlog allerlei meubeltjes maakte.

Later had hij op de Langendijk in Gorinchem een doe-het-zelf-zaak.

Weinig mensen in Arkel weten iets van deze club. Later hoop ik hierover nog wat meer te vertellen.

Klaas Prins werd, omdat hij bij gemeentewerken terecht was gekomen, een bekende Arkelaar die je bijna niet kon

miskijken. Hij was op straat aan het vegen, putten schoonmaken, sneeuwruimen enz. Hij maakte graag een praatje en

had altijd wel ideen die hij aan zoveel mogelijk mensen vertelde. Zo vond hij dat er in Arkel meer goedkope woningen

met garages gebouwd moesten worden. Voor oude mensen was de Raadhuisstoep volgens Klaas ongemakkelijk; er

moest een leuning komen. Het gemeentebestuur heeft inderdaad aan één kant langs deze stoep een leuning laten

maken, de “Prinsleuning”. Klaas vond dit echter niet genoeg en wilde er aan de andere kant ook nog één hebben

evenals op de Oranjestoep. Hiervoor zocht hij op een gegeven moment sponsors toen bleek dat hij bij de gemeente

geen gehoor kreeg.

Aparte ideen had hij vaak en soms voerde hij ze ook uit. In de Folkertsstraat was na een regenbui een gedeelte van de

straat verzakt omdat er een hoeveelheid zand via een gat in een rioolbuis was weggespoeld. Het riool lag nogal diep en

zo moest er een flink gat gemaakt worden om de rioolbuis te herstellen. Het aanvullen moest ook weer met de schop

worden uitgevoerd en zo goed mogelijk worden aangestampt. Dit was een karwei voor Klaas. Een trilplaat had de

gemeente Arkel niet, dus ging Klaas thuis zijn pony halen. Hij vulde het gat in lagen en liep er iedere keer een rondje

over met zijn pony om het zand vast te lopen.

Nadat hij niet meer werkte was er nog veel meer gelegenheid om zijn vrije tijd buiten door te brengen: voor zijn huis

op een stoel, op het Raadhuisplein op een bankje of fietsend met een vriendin, overal kwam je hem tegen. Kwam je

terug van vakantie dan was Klaas de eerste Arkelaar die je zag. Dammen bleef zijn favoriete spel en nadat DSA was

opgeheven miste hij zijn damavond. Toen ik naar de damclub in Hoornaar ging, kwam ook hij zich als lid aanmelden.

De vraag was wel of hij dan met mij mee kon rijden en zo is hij jarenlang op dinsdagavond mee naar Hoornaar

gegaan. De afstand naar Hoornaar is dan wel niet zo groot, maar tijdens het instappen kwamen de verhalen al los en

dat ging door tot wij uitstapten. Het begon dan met “in mijn krant heb ik gelezen”, Klaas las het Vrije Volk en dat was

een avondkrant. “Heb jij dat ook gelezen?” was dan altijd de vraag. Het antwoord was bijna altijd nee, want ik lees een

ochtendkrant. Hij vertelde dan zeer uitvoerig over wat hem interesseerde en dat was dan weleens irritant. In de loop

van de tijd leerde je om daar mee om te gaan. Vond ik het niet leuk, dan was de beste manier om Klaas stil te krijgen,

harder gaan rijden. De bochten nam je dan wat schielijk en dan viel Klaas stil; hij werd dan bang. Op langere afstanden,

wij speelden ook competitiewedstrijden in andere plaatsen, gebeurde dit ook. Zo kwamen wij uit Alblasserdam en er

kwam een eindeloos verhaal. Ik was steeds al wat harder gaan rijden, het was zoals gebruikelijk knap laat en er was

nauwelijks verkeer op de snelweg, maar het werkte niet. Daarom vroeg ik Klaas of hij wist hoe hard wij gingen. Ik

noemde de snelheid, waarop hij zei: “Daar merk je niks van”.

Tijdens de jaarvergaderingen van de damclub kreeg Klaas ook altijd het woord. Hij begon altijd wel met iets wat de club

aanging, maar in de loop van de tijd werd er van alles en nog wat bijgehaald en dan moest de voorzitter ingrijpen

omdat het altijd over andere problemen ging dan damclub-problemen. Dit was niet alleen bij de damclub zo, maar bij

alle verenigingen waar Klaas kwam. Ook op clubavonden waren er soms verrassingen. Zo gebeurde het eens dat hij

een vriendin meebracht die de hele avond naast Klaas zat.

Al eerder vertelde ik dat hij een ijverig mens was en altijd in was voor nieuwe dingen. Zo ging hij op een dag met een

bus uit naar een kerstmarkt in Duitsland. Terug in Nederland kwam de bus aan in Gorinchem bij het station waar

iemand zou zijn om hem op te halen. Hij zag Willem Oosterom, die hem zou ophalen, niet en stapte in de trein naar

Arkel. Daar liep hij snel naar huis, omdat hij nog moest dammen. Omdat hij er niet was ben ik naar Hoornaar

gegaan zonder Klaas. Bij mijn vrouw kwam hij vertellen dat hij te laat was en dat Willem Oosterom hem niet naar

Hoornaar wilde brengen omdat die al voor niets in Gorinchem had staan wachten. Mijn vrouw heeft hem toen maar

naar de damclub gebracht. Die avond hadden wij een sneldamtoernooi en daar kon hij alsnog aan meedoen. Maar

dat is een inspannende bezigheid en na een waarschijnlijk vermoeiende dag werd Klaas onwel. Dokter Trouwborst

kwam, keek naar Klaas die inmiddels weer een beetje was opgeknapt, en vroeg hem een hand te geven. Vervolgens

moest Klaas in die hand knijpen. Dat deed Klaas en wel zo dat de dokter gelijk een pijnlijk gezicht trok en “ho” riep.

Hierop zei Klaas dat hij altijd al sterk in zijn handen was geweest. De dokter vond het raadzaam dat Klaas naar het

ziekenhuis gebracht voor verder onderzoek. Na een korte tijd in het ziekenhuis mocht hij weer naar huis.

Naarmate Klaas ouder werd, werd hij steeds meer een “dorpsfiguur”. Hiervan zijn er in een dorp altijd wel een paar,

maar het lijkt erop dat er tegenwoordig geen opvolgers meer komen.

Van de kinderen bleef alleen Gerrit, de oudste zoon, in Arkel wonen. De woning in de Folkertsstraat, is na het

overlijden van Klaas, nog enige bewoond door kleinzoon Nico.

Klaas Prins

Meta Hage

Klaas met zijn pony