Gemeentehuizen van ArkelArkel had in het verleden geen eigen gemeentehuis. De gemeenteraad vergaderde in de herberg van Dirks op de Dam in het bovenzaaltje. Hier vonden ook de huwelijksplechtigheden plaats. In de woning van bakker Boogert aan de andere kant van de Dam was naast de winkelwoning een kamer ingericht waar de secretarie was ondergebracht en de burgemeester hield hier spreekuur. Ook werd de ruimte gebruikt voor het inenten tegen de pokken en aan het beging van ieder nieuw jaar vond er de bedeling van brood plaats voor de minvermogenden in onze gemeente. Al met al was het behelpen. Toen in 1909 in Kedichem een nieuw gemeentehuis annex burgemeesterswoning werd gebouwd verhuisde de administratie naar Kedichem, uitgezonderd de burgerlijke stand. In Arkel vond men dat maar niks en er werden pogingen gedaan om ook in Arkel een gemeentehuis krijgen. Nu wilde het geval dat in 1910 de woning van weduwe Hoevens op de Dam te koop kwam. Burgemeester Folkerts wist de raad zover te krijgen dat ze het pand kochten en na wat kleine verbouwingen had Arkel een eigen gemeentehuis. Het pand werd in tweeën gedeeld. Aan de ene zijde het gemeentehuis en andere zijde de woning voor de veldwachter. Achtereenvolgens woonden hier de veldwachters van Kleij en de Weerd. Later werd de woning bewoond door de familie Kruis. Mevr. Kruis zorgde ervoor dat de raadzaal met toebehoren er spic en span uitzag. Na de bouw van het nieuwe Raadhuis op de Dam werd de raadzaal gebruikt voor diverse gemeentelijke activiteiten. De bejaarden hadden er hun soos, de kerk hield er catechisatie en de Hervormde jeugdvereniging had er vele jaren haar wekelijkse ledenavond. Tijdens WO2 was er het bureau van de Ortscommandant in gevestigd. Na het overlijden van mevrouw Kruis kwam het pand in handen van Jaap Kooij die in de voormalige raadszaal een kapperszaak begon.Na WO2 groeide de bevolking van Arkel snel en het gemeentebestuur zag de noodzaak van een nieuw gemeentehuis in. In 1948 werden de eerste contacten met architect Pino gelegd om in de nabije toekomst tot de bouw van een nieuw gemeentehuis te komen. In 1954 werd de vleugel van het gebouw gerealiseerd, aangezien toen reeds dringende voorzieningen voor Brandweer en Gemeentewerken dienden te worden getroffen. In datzelfde jaar besloot de gemeenteraad dat men zo spoedig mogelijk moest komen tot de bouw van het hoofdgebouw. Architect Pino ging voortvarend aan de slag en wist de ligging van het gebouw voor 100% uit te buiten, zodat het met architectonische waarde dubbel aan schoonheid heeft gewonnen. Vanaf het begin heeft de architect het volste vertrouwen van de raad gehad. De burgemeester sprak bij de opening zijn dank uit dat de architect, samen met zijn compagnon architect Temme, (die helaas niet aanwezig kon zijn) de financiële mogelijkheden van de gemeente steeds voor ogen heeft gehouden. Aannemer Paulus van Daalen heeft waarschijnlijk het grootste bouwwerk van zijn leven opgeleverd. Hij zal altijd met gerechte trots naar het gebouw kunnen kijken. De burgemeester bracht hem hartelijk dank voor de prettige samenwerking, in deze dank betrok hij ook de onderaannemers en de arbeiders. Samen hebben we, ieder op zijn eigen plaats, met dit gebouw iets groots bereikt. Onze dank gaat ook uit naar de uitvoerder de heer C. v.d. Grijn en de gemeente opzichter de heer H. v.d. Wal. Beiden hebben zich zeer actief getoond en niets was hun te veel. De burgemeester merkt nog op dat de financiën van Arkel geen opdrachten aan grote meesters toestaan om kunstwerken van allerlei aard te kopen. Met uitzondering van de gevelsteen van de Gorcumse beeldhouwer Marcus van Ravenswaay, heeft het gemeentebestuur toch de hand weten te leggen op bijzonder mooie schilderijen afkomstig van het gemeentemuseum uit Den Haag, het stedelijk museum uit Amsterdam en Rijksdienst voor verspreide kunstvoorwerpen. Deze schilderijen zijn in bruikleen afgestaan. Het geheel, gebouw en inrichting, zal aan de bestuurshandelingen ten goede komen. Hij hoopt dat de nieuwe voorzittershamer die hij aan de gemeenraad aanbiedt, meer als symbool dan als middel zal dienen om tot belangrijke beslissingen te komen. De gemeente Arkel is in opkomst, staat aan de vooravond van een nieuwe periode, welke zal worden ingeluid door de commissaris der Koningin. Wij allen popelen om dit Raadhuis in bezit te nemen. Het is mij een voorrecht U, mijnheer de Commissaris, te vragen de officiële opening te verrichten. Opening door de Commissaris van de Koningin. De commissaris dacht te zijn gekomen om een raadhuis te openen, maar nu bleek het volgens hem te gaan om het in gebruik te stellen van een paleis. Hij noemde de raadzaal dan ook meteen de burgerzaal waar de vertegenwoordigers van de volksgemeenschap zetelen. Hoewel de commissaris het verleidelijk vond om zich in de geschiedenis van Arkel te verdiepen, wilde hij hier toch maar van afzien. De Heren van Arkel lijken volgens hem te veel op figuren uit de moderne tijd. Ook zij gingen forensen in de naburige gemeenten. Hij wilde dan ook maar naar het Arkel van nu kijken. Hij vond Arkel te benijden bij het betrekken van dit eigen gebouw, dat in zijn ogen nogal groot is. Dit in tegenstelling tot het Provinciehuis, doch daarvoor in de plaats komt voorlopig nog geen nieuw gebouw. In ieder geval blijkt dat Arkel de toekomst vol vertrouwen tegemoetziet. Het heeft tevens vertrouwen in de eigen autonomie en het is voor een kleine gemeente ook wat waard om zelfstandig te blijven. Het gebouw is niet alleen een zaak van de gemeenteraad, maar van de gehele gemeentelijke huishouding. Het bestuur moet kunnen teruggrijpen op de burgerij. Men moet elkaar steunen. Door een bloeiende industrie, landbouw en veeteelt heeft Arkel een brede economische basis en kan stormen trotseren. Er zijn, zo is hem gebleken, nog veel plannen en er is nog veel werk genoeg. De Arkelse zwaan heeft een waardige plaats gekregen aan de gevel, maar de spreker hoopt dat deze nooit zal gaan zingen. Dan zou het einde van Arkel zijn ingeleid. De zwaan is echter ook het symbool in al de blankheid van zijn verenkleed voor een goede toekomst zonder veel moeilijkheden. De commissaris sprak de hoop uit dat de raadzaal uit zal groeien tot een werkelijke burgerzaal, het centrum van de gemeente en dat het gebouw uit zal groeien tot een echt paleis op de Dam. Door zijn ligging is dit gemeentehuis geografisch en ideëel een echt centrum. Dat er vrede mag heersen. Hiermede verklaarde Mr. Klaasesz. het nieuwe raadhuis voor geopend. De burgemeester bedankt de commissaris hartelijk voor zijn openingswoord en overhandigt hem als herinnering een fraaie presse-papier van travertin-marmer, hetzelfde marmer waarmee de hal, gangen en trappenhuis versierd zijn. Het wapen van Arkel, met de datum 30 november 1956, in zilver ingelegd, verfraait het geheel.